Sancties tegen de Russische Federatie en daaraan gelieerde partijen

 

Sancties tegen de Russische Federatie en daaraan gelieerde partijen vragen onverminderd grote behoedzaamheid van advocaten.

 

Als toezichthouder vraag ik de Amsterdamse (zakelijke) advocatuur opnieuw aan­dacht voor de sancties tegen de Russische Federatie, Wit-Rusland en daaraan gelieerde partijen. Van advocaten die sanctiegerelateerde zaken, behandelen, wordt – zeker na de aange­scherpte sancties – nog steeds een vergaande behoedzaamheid en grote zorgvuldigheid verlangd om (onder meer ) te voorkomen dat door sancties verboden transacties tot stand komen of sancties worden omzeild.

 

Ik vraag thans aandacht voor twee belangrijke aspecten. Ik merk daarbij op dat deze gaan over de sancties gericht tegen specifieke (rechts)personen. Los daarvan heeft de EU ook sectorale sancties opgelegd. Ook deze sancties kunnen gevolgen hebben voor de toelaatbaarheid van de dienstverlening door advocaten. Datzelfde geldt voor sancties opgelegd door andere landen.

 

Valt juridische dienstverlening an sich onder werking sancties?

 

De Europese Commissie stelt zich op het standpunt dat, onder omstandigheden, dienstverlening – en dus ook juridische dienstverlening – aan een gesanctioneerde partij als een verboden vorm van het ‘ter beschikking stellen van economische middelen’ moet worden beschouwd en daarmee onder de werking van de EU sancties kan vallen. Of dit daadwerkelijk het geval is, wordt aan de bevoegde nationale autoriteiten over­gelaten.

 

Het Ministerie van Financiën (hierna: ‘Financiën’) en het Ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwik­ke­lings­samenwerking (hierna: ‘BHOS’) lijken inmiddels het stand­punt in te nemen dat juri­dische dienst­verlening aan een gesanctioneerde partij moet worden aangemerkt als het ter beschikking stellen van economische middelen, zodat die dienstverlening inder­daad onder de werking van de sancties zou vallen. Is dat het geval, dan is die dienst­verlening zonder voorafgaande ontheffing verboden. Die ontheffing voor de dienst­verlening dient de advocaat aan te vragen bij BHOS

 

Dit alles betekent dat advocaten die betrokken raken bij werkzaamheden t.b.v. partijen die (i) rechtstreeks door sancties zijn getroffen, dan wel (ii) indirect door sancties getroffen (kunnen) worden doordat aandeelhouders of bestuurders/ commis­­­sarissen op de sanctielijsten staan, zich ervan bewust moeten zijn dat hun dienstverlening an sich al onder een sanctie­verbod zou kunnen vallen. Dat geldt zowel voor advisering (al dan niet over de toelaatbaarheid van een mogelijke trans­actie of andere rechts­handeling), als voor betrokkenheid bij gerechtelijke procedures.

 

Over het standpunt dat juridische dienstverlening onder de werking van sancties kan vallen, merk ik – mede op basis van overleg met in sanctierecht gespecialiseerde advocaten – het volgende op.

 

  • De gekozen bewoordingen zijn vaag en niet of onvoldoende concludent: "Bij het ontbreken van specifieke regels of nadere guidance van de Europese Commissie met betrekking tot het verrichten van juridische diensten voor gesanctioneerde partijen gaan wij er vooralsnog vanuit dat de term “econo­mische middelen” ruim moeten worden uitgelegd en tevens het verrichten van juridische diensten voor een gesanc­tioneerde partij kan omvatten.” [onderstreping toegevoegd] Aldus lijkt sprake te zijn van een voorlopig standpunt. Financiën zou de nadere guidance hebben aangevraagd bij de Europese Commissie.
     
  • Het staat geenszins vast dat het ingenomen standpunt (in alle gevallen) juist en houd­baar is. Aan onder meer de tekst van de EU-sanctieverordening zélf en de Leidraad Financiële Sanctieregelgeving zijn goede argumenten te ontlenen dat juridische dienst­verlening juist niet door sancties kan worden verboden.
     

Ondanks deze complicaties zullen advocaten zich steeds moeten afvragen of dienst­­verlening toelaatbaar is en daarvoor zo nodig een ontheffing moet worden gevraagd1. Omdat het gaat om lastige keuzes die niet zonder risico zijn, zal veelal bijstand van sanctiedeskundigen nodig zijn.  

 

Rechtsstatelijke rol van de advocatuur in het geding?

 

Het is van belang op te merken dat – als het ingenomen standpunt juist zou zijn – de rechtsstatelijke rol en functies van advocaten in het geding kan zijn. Niet alleen is – als aan BHOS of financiën een standpunt of ontheffing moet worden gevraagd – de rol van de advocaat als vertrouwelijk adviseur en geheim­houdingsplichtige onvoldoende geborgd. Als het gaat om bijstand in rechte, kan bovendien het funda­mentele recht op rechtsbijstand zoals gegarandeerd door onder meer art. 6 EVRM en art. 47 EU Handvest van de Grondrechten in het geding zijn.

 

Mij is gebleken dat in gevallen waarin ontheffing is gevraagd, informatie wordt gevraagd over de aard en inhoud van de dienstverlening en op basis daarvan wordt geoordeeld over het al dan niet verlenen van ontheffing. Een dergelijke benadering zou een ongewenste vorm van overheids­bemoeiing zijn.

 

Ik beraad mij met leden van de raad van de orde op een reactie over dit aspect.

 

Toekomstige vermelding op sanctielijsten van belang voor toelaatbaarheid dienstverlening

 

Ik wijs u erop dat uit antwoorden van de Europese Commissie van 4 mei jongstleden volgt dat ook bijstand aan een partij die ertoe leidt dat de gevolgen van een mogelijk toekomstige vermelding op de sanctielijsten wordt ontweken, kan worden gezien als strijdig met het verbod om sancties te omzeilen. 

 

Evert Jan Henrichs

Deken

 

***

 

  

_________________________

 

1 Ik heb er eerder al op gewezen dat vaststaat dat betaling van het honorarium door sancties kan worden getroffen.
 

 

Terug naar het nieuws-overzicht