Beleidsregel verzet na schrapping

 

De Raden van Toezicht (thans: Raden van de Orde) hebben gezamenlijk beleid vastgesteld inzake het verzoek tot beëdiging na schrapping van een stagiaire op grond van artikel 8 lid 3 van de Advocatenwet (oud). De beleidsregel luidt als volgt:

 

In geval een op grond van artikel 8 lid 3 van de Advocatenwet (oud) geschrapte advocaat-stagiaire verzoekt tot beëdiging, gaat de Raad van Toezicht daar tot vijf jaar na datum van de schrapping in verzet tegen de beëdiging (artikel 4 van de Advocatenwet).

Uitzondering wordt gemaakt voor de personen die met gebruikmaking van een terme de grâce het examen alsnog met goed gevolg hebben afgelegd.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam op 16 mei 2014.

 

Per januari 2015 is de Advocatenwet gewijzigd en is de Verordening op de advocatuur (Voda) en de Regeling op de advocatuur (Roda) in werking getreden. Per 1 mei 2016 is artikel 8c lid 2 van de Advocatenwet vernummerd naar artikel 8c lid 3.  

Artikel 36 van de Roda heeft betrekking op de termijn herintreden na schrapping op grond van artikel 8c lid 3 van de Advocatenwet.

De Algemene Raad stelt de termijn, als bedoeld in artikel 4 lid 1 onderdeel c van de Advocatenwet, op vijf jaar.